Winkelcentrum

 

Zichtbaarheid

Winkelroutes hebben aan minstens één zijde etalages of ingangen en geen blinde muren. Aan en voor de puien van de winkels mogen geen zichtbelemmerende obstakels zijn. De gevels hebben bij voorkeur een rechte rooilijn, zonder verspringingen en nissen. Eventuele rolluiken zijn (deels) transparant. In het winkelcentrum is goede verlichting nodig.

Eenduidigheid

Het moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor het beheer. Het winkelcentrum moet een overzichtelijke basisvorm hebben met goede oriëntatiemogelijkheden door bewegwijzering, verlichting, herkenningspunten en/of bestrating. Hoofd- en nevenroutes kunnen worden onderscheiden door kleur- en/of materiaalgebruik.

Toegankelijkheid

Bij voorkeur heeft het centrum een beperkt aantal toegangen. Afsluitbare toegangen moeten in noodgevallen makkelijk te openen zijn door nood- en hulpdiensten. Doodlopende delen kunnen apart afgesloten worden. Directe loopverbindingen zijn nodig vanuit het parkeerterrein of de parkeergarage bij het winkelcentrum. De bereikbaarheid met het OV moet goed zijn. Juweliers, audio/videowinkels en banken moeten centraal liggen (langere vluchtweg) zodat inbreken onaantrekkelijk wordt.

Aantrekkelijkheid

Een hoog afwerkingsniveau is aantrekkelijk, evenals goed onderhoud en toezicht. Daglicht maakt de binnenruimtes aantrekkelijker.

Zie ook: Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) voor winkelgebieden.

Bronnen: Architectuur en Veiligheid