Voetpad

 

Zichtbaarheid

Doorgaande voetpaden in stedelijk gebied moeten goed verlicht zijn, dit helpt gebruikers om hun weg te vinden en medegebruikers te zien en herkennen. Bij voorkeur worden geen uplighters toegepast: die verblinden voetgangers.

Eenduidigheid

Een voet- en fietspad kunnen worden gecombineerd maar zijn bij voorkeur fysiek gescheiden.

Toegankelijkheid

Een voetpad moet minstens1,20 meter breed zijn en bij intensief gebruik naar winkels, voorzieningen, school of doorgaande route, 1,80 meter. Bij vernauwingen, zoals boomkransen, paaltjes en lantaarnpalen moet het pad tenminste 0,9 m breed zijn. Zie voor nadere specificaties het Handboek voor Toegankelijkheid. Per maximaal 200 meter een zitgelegenheid/rustplaats. Bij rijbanen met een hoge verkeersdruk zijn zebrapaden nodig. De looproute van een parkeerterrein naar de entree van een gebouw is bij voorkeur korter dan 50 meter. Bij tijdelijke opbrekingen zijn alternatieve routes voor voetgangers nodig.

Aantrekkelijkheid

Het loopoppervlak moet een vlakke en egale afwerking hebben: geen losliggende tegels, drempels, kuilen en verticale obstakels in het loopoppervlak.