Tunnel

 

Zichtbaarheid

De aan- en afvoerwegen van een tunnel moeten zo recht mogelijk zijn, met een volledige zichtlijn (Zie ook een voorbeeld in de virtuele wereld). Langs de aanvoerroutes zijn bij voorkeur geen hoge gesloten wanden en/of zichtbelemmerende obstakels. De tunnel zelf mag geen nissen of inspringingen in de wanden hebben. Waar mogelijk is er zicht op de toegangen vanuit omringende bebouwing. De tunnel moet voldoende zijn verlicht, met goede overgangen naar de omgevingsverlichting (er mag geen risico op verblinding of 'het zwarte-gat-effect' zijn bij het in- en uitrijden van de tunnel) en volgens normen/richtlijnen en aanbevelingen van de NSVV.

Toegankelijkheid

Een tunnel moet zo recht, zo breed en zo hoog mogelijk zijn. Verkeersstromen (snel- en langzaamverkeer) moeten bij drukke tunnels duidelijk gescheiden zijn. Specificaties voor evenuele trappen en hellingen: zie het Handboek voor Toegankelijkheid.

Aantrekkelijkheid

Tunnels en onderdoorgangen moeten schoon zijn, voorzien van lichte kleuren, goed verlicht en vrij van graffiti. Het toepassen van graffitiwerende coating kan hierbij helpen. Kunst of muziek kan het dikwijls onaangename gevoel in tunnels verminderen.

Bronnen: De kracht van de prikkel