Toegang

 

Zichtbaarheid

Ingangen moeten duidelijk zichtbaar en herkenbaar zijn in de gevel van een gebouw. Op de ingang moet zo mogelijk toezicht zijn vanuit een balie/receptie of vanuit een veelgebruikte ruimte, zoals een secretariaat.

Eenduidigheid

Eén toegang moet duidelijk herkenbaar zijn als hoofdentree met ene duidelijk onderscheid tussen hoofd- en nevenentrees. Bij de toegang kan als dat nodig is een overzichtsplattegrond worden geplaatst. Informatie over selectief afgesloten toegangen moet kenbaar worden gemaakt.

Toegankelijkheid

Tijdens ‘stille uren’ kan het aantal toegangen beperkt worden om gebruikersstromen te bundelen. De breedte van een toegang kan het beste worden afgestemd op de drukste momenten. Het gebruik van sleutels moet worden geregeld (wie, wanneer, waar). Bij een toegang zijn het liefst geen hoogteverschillen (voor toegankelijkheid van hulpdiensten, leveranciers en rolstoelers). De vrije doorgangsbreedte moet minimaal 0,85 meter zijn, de vrije doorgangshoogte minimaal 2,30 meter. Een automatische deursluiting moet afgestemd worden op een loopsnelheid van maximaal 0,50 meter per seconde.

Aantrekkelijkheid

Deur, brievenbus, bel, lamp, naambord e.d. moet vandalismebestendig zijn. Glas In of direct naast de deur moet inbraakwerend zijn. Nabij toegangen is een stallingmogelijkheid voor (brom)fietsen nodig.