Straatroof en zakkenrollen
Straatroof gebeurt - in tegenstelling tot een overval - in de openbare ruimte. Ook zakkenrollerij (onopvallend en zonder geweld) vindt plaats in het publieke of semipublieke domein, bijvoorbeeld op een roltrap of in een druk winkelcentrum. Zakkenrollers houden van drukke plekken. Straatrovers slaan vooral hun slag op plekken waar ze zich – al dan niet per fiets of scooter – snel ‘uit de voeten’ kunnen maken. Maatregelen ter voorkoming van straatroof en zakkenrollerij zijn grotendeels hetzelfde.
Zichtbaarheid
Straatroof vindt vaak plaats op de wat stillere plekken in uitgaansgebieden en langs toegangswegen tot het centrum, vooral in weekend en avonduren. Het is dus belangrijk dat deze plekken en gebieden levendig, overzichtelijk en voldoende verlicht zijn. Tasjesroof vindt vooral overdag plaats door jonge mannen, veelal op een scooter. Potentiële slachtoffers kunnen hun geld en waardevolle spullen beter niet te opzichtig dragen en dienen alert te zijn als iemand hen op korte afstand passeert. Cameratoezicht kan een maatregel zijn ter ondersteuning van (semi)formeel toezicht.
Eenduidigheid
Plekken mogen niet ‘anoniem’ zijn. Het moet duidelijk zijn welke functie een plek heeft en wie er voor verantwoordelijk is.
Aantrekkelijkheid
Een aantrekkelijke omgeving verhoogt de betrokkenheid van mensen en de kans dat omstanders ingrijpen als er een incident plaatsvindt.
