Parkeerterrein
Zichtbaarheid
Parkeerterreinen liggen bij voorkeur in het zicht van een doorgaande weg, woningen, formele en/of informele toezichthouders: overzichtelijk en zonder obstakels. Zichtlijnen mogen niet worden belemmerd door beplanting (die niet hoger mag zijn dan 0,5 meter).
Eenduidigheid
Het moet duidelijk zijn voor wie parkeerterreinen bedoeld zijn (door ligging, afbakening, borden), met een duidelijke vakindeling. Grote parkeerterreinen worden bij voorkeur gecompartimenteerd, bijvoorbeeld met plantvakken.
Toegankelijkheid
De looproutes van, naar en over een parkeerterrein moeten logisch en veilig zijn. Eventuele betaalautomaten moeten bij de voetgangersentree van een parkeerterrein staan. Parkeren bij winkelcentra gebeurt het liefst op compacte parkeerplaatsen dicht bij de winkels.
Aantrekkelijkheid
De inrichting van een parkeerterrein is afhankelijk van doel en schaal (woning, voorziening of wijk/centrumgebied). Maatregelen moeten daarop worden afgestemd. Grote, kale parkeerterreinen kunnen worden ‘aangekleed’ met bomen, heesters of plantenbakken.
