Metrostation - Perron
Zichtbaarheid
Op perrons moet altijd – ook op stille uren - sociale controle zijn vanuit de omgeving: vanuit 'controlekamer' (met zichtbare toezichthouders) of vergelijkbare voorziening van waaruit de gehele perronruimte zichtbaar is (eventueel met camera’s). Zicht over de perronruimtes mag niet worden gehinderd. Waar nodig kunnen spiegels en spiegelende materialen worden toegepast. Lichtniveau moet minimaal 100 Lux op één meter boven de vloer zijn. Het aantal entrees is bij voorkeur niet meer dan nodig; hoe minder entrees, hoe makkelijker door politie of toezichthouders te controleren.
Eenduidigheid
Op elk perron zijn voorzieningen nodig die informeren over de dienstregeling en andere gebeurtenissen, zoals de lengte en halteringspostie van treinen.
Toegankelijkheid
De perrons moeten voldoende (spits)capaciteit hebben; zo mogelijk in stille uren te verkleinen. Kruisingen van passagiersstromen moeten zoveel mogelijk worden vermeden. Zogenoemde veiligheidszones kunnen worden gemarkeerd. Perrons zijn onaantrekkelijk voor rondhangers, zwervers en drugsverslaafden, als ze geen nissen hebben of andere mogelijke hangplekken, en geen tafelachtige oppervlakten (geschikt voor de preparatie van drugs).
Aantrekkelijkheid
De vormgeving van moet aantrekkelijk zijn en in harmonie met rest van het station, met een aangename hoogte-breedte verhouding en smaakvolle perronvoorzieningen, zoals meubilair en beeldende kunst, uitgevoerd met materialen van hoge kwaliteit en vrij van graffiti en sporen van vervuiling en vernieling.
