Metromaterieel

 

Zichtbaarheid

Het interieur van de metro moet overzichtelijk zijn met voldoende verlichting (minimaal 100 lux op een meter boven vloerniveau), met een zo open mogelijke geleding,  relatief grote ramen,  geen hoog geplaatste bagageruimte en verlichtingselementen, drukknoppen en net/routekaarten zoveel mogelijk geïntegreerd in de wand en/of het plafond. Toezicht vanaf de bestuurderscabine op het publieksdeel  is nodig (eventueel met ondersteuning van camera’s), evenals een zichtbare bestuurder. Bij voorkeur staan zoveel mogelijk stoelen met de achterzijde tegen de langswanden. Bij een dwarsopstelling van stoelen zijn voorzieningen (separatiewanden) aan de rugzijde van passagiers nodig.

Eenduidigheid

Toezichthouders (politie, beveiligers) moeten altijd hun portofoons kunnen gebruiken. Gesprekken over de intercom, en de eventuele camerabeelden, moeten kunnen worden opgenomen. Toezichthouders moeten een speciale plek (verhoging, vrij ruimte) kunnen gebruiken om het gehele treinstel te overzien. De regels in de metro kunnen duidelijk worden gemaakt met pictogrammen en andere symbolen en/of teksten (geboden en verboden) en de gevolgen van overtredingen. Dynamische pictogrammen kunnen de deuren markeren die bij het eerstvolgende station zullen openen.

Toegankelijkheid

Het materieel moet voldoende (spits)capaciteit hebben (in de spits 40-75% van de zitplaatsen bezet). In stille uren kan de treinlengte worden verkleind, in de regel tot één treinstel. In alle treinstellen is een noodrem, intercom- en alarmknoppen nodig (en eventueel camera’s). De bediening hiervan moet toegankelijk zijn voor passagiers in nood, afgeschermd door een transparante verzegeling, die verbroken kan worden. De bestuurder wordt bij verbreking/gebruik gewaarschuwd via een geluids- of visueel signaal. Technische installaties moeten afdoende zijn beveiligd tegen onbevoegd gebruik.

Aantrekkelijkheid

Een aantrekkelijk, mooi vormgegeven materieel met makkelijk te onderhouden interieur is belangrijk. Meubilair, materiaal en attributen moeten duurzaam zijn, stevig en robuust en bij voorkeur ‘vrij’ van de vloer. Wanden en plafonds: licht van kleur. Stoelen en decoratieve elementen: attractieve, heldere kleuren. Decoraties moeten 'positief' zijn, en niet aanstootgevend. De metro moet vrij zijn van graffiti en sporen van vervuiling en vernieling.