Horeca / uitgaansgebied
Zichtbaarheid
Bezoekers van uitgaangsgebieden moeten zien en weten wat er gebeurt en er op vertrouwen dat ook anderen dat zien en weten. Routes moeten overzichtelijk zijn, voldoende verlicht en levendig (door het concentreren van publieksstromen). Wonen boven horeca en winkels en slim gepositioneerde OV-haltes kunnen de sociale controle vergroten. Mensen moeten elkaar kunnen zien en herkennen, dat betekent een goede verlichting, met zo mogelijk ook verlichte etalages. Formeel toezicht (politie of toezichthouders) en semi-formeel toezicht (portiers of uitbaters) kan nodig zijn, eventueel ondersteund met cameratoezicht.
Eenduidigheid
Het moet duidelijk zijn welke functie een plek heeft en wie er voor verantwoordelijk is. Straatmeubilair kan strategisch worden opgesteld om zones met verschillende functies fysiek te scheiden (terrassen en private ruimten, zoals opslagruimten en particuliere parkeerplaatsen) en publieksstromen te sturen. Bezoekers moeten in één oogopslag weten waar ze zijn en welke kant ze op moeten middels oriëntatiepunten, een duidelijke wegen- en padenstructuur, informatieborden of bewegwijzering.
Toegankelijkheid
Nodig is een goede toegankelijkheid voor voetgangers, personenvervoer, taxi’s en openbaar vervoer. Bewaakte (brom)fietsstallingen en parkeergelegenheden (op maximaal 250 meter met de openingstijden afgestemd op de openingstijden van de horeca). Taxistandplaatsen en OV-haltes moeten op herkenbare en centrale plekken zijn.
Aantrekkelijkheid
Uitgaansgebieden moeten altijd (overdag, ’s avonds én ’s nachts) aantrekkelijk zijn: door een gevarieerd functie aanbod, goed onderhoud (mooi, schoon en heel) met voldoende publiekstoiletten en prullenbakken. Zie ook Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan.
