Fietspad

 

Zichtbaarheid

In stedelijk gebied moet een fietspad (grotendeels) in het zicht van woningen, bedrijven of andere wegen liggen. Goede verlichting: zien en gezien worden, maakt gezichtsherkenning mogelijk, ook op afstand. Echter: veel licht zonder zicht op de route is geen veiligheid, dit is 'schijnveiligheid'. Niet verlichten is een optie, mits er een alternatieve route is.

Eenduidigheid

Borden of bestrating kan duidelijkheid bieden voor wie het fietspad is bedoeld: is er medegebruik door voetgangers, brommers en/of auto’s?

Toegankelijkheid

Een fietspad is bij voorkeur fysiek van andere rijbanen (indien aanwezig) gescheiden. De aanbevolen breedte is 2 tot 4 meter en voor een bromfietspad 2,5 tot 4,5 meter, afhankelijk van de gebruiksintensiteit. Als de paden niet in het zicht van 'sociale ogen' liggen, kunnen alternatieve routemogelijkheden worden geboden.

Aantrekkelijkheid

In een fietspad mogen geen scherpe bochten liggen. De ondergrond moet zo vlak mogelijk zijn (met een voorkeur voor asfalt). En uiteraard: paaltjes, obstakels en dergelijke mogen niet midden op het pad staan.

Meer informatie over sociale veiligheid van fietspaden staat in het Handboek sociale Veiligheid in de verplaatsingsketen.