Straat / weg
Zichtbaarheid
Avond- en nachtroutes moeten worden verlicht volgens de normen voor openbare verlichting. Eventuele verkeersremmers moeten op logische locaties liggen en duidelijk zichtbaar zijn, ook ’s avonds.
Eenduidigheid
Herkenningspunten en bewegwijzering is nodig. De bewegwijzering moet leesbaar, duidelijk en uniform zijn. Op de weg zelf zijn o.a. lineaire elementen nodig voor een duidelijke oriëntatie . Hoofd- en nevenroutes kunnen worden onderscheiden door afmetingen en inrichting.
Toegankelijkheid
Doodlopende wegen zijn op zich goed want ze beperken het aantal vluchtmogelijkheden voor daders. Dit moet echter wel goed duidelijk worden gemaakt voor andere weggebruikers. Routebarrières (paaltjes, pollars of slagbomen) mogen hulpdiensten niet hinderen. Routes voor hulpdiensten moeten minstens 5,50 meter breed zijn.
Aantrekkelijkheid
Aantrekkelijkheid betreft: schone straten, een logische doorstroming en een goede bereikbaarheid van voorzieningen.
Kinderen in het verkeer
Bijzondere aandacht is nodig voor kinderen: kinderen kunnen complexe verkeerssituaties nog moeilijk overzien en voor andere verkeersdeelnemers is hun gedrag onvoorspelbaar. Een veilige en kindvriendelijke inrichting kan kinderen beschermen. Zie ook: Kindvriendelijke Straten.
