Achterpad

 

Zichtbaarheid

Een achterpad moet overzichtelijk, kort en recht zijn, zonder nissen, hoeken of zijtakken. Met lichtpunten bij begin en einde en om de 15-20 meter. Een beperkt aantal ontsluitingen (liefst maximaal 10) gaat anonimiteit tegen (kennen en gekend worden).

Eenduidigheid

Vanaf de toegangen liefst maximaal één hoek, splitsing of kruising voor de oriënteerbaarheid. Het achterpad moet alleen bedoeld zijn voor de ontsluiting van tuinen en ‘achterom’, niet als ontsluiting voor het woongebied. Ook niet combineren met fietspaden of wandelroutes.

Toegankelijkheid

Een achterpad heeft maximaal twee ontsluitingen, zodat een eventuele dader niet veel vluchtwegen heeft. Als meerdere achterpaden in elkaars verlengde liggen, kan een ongewenste doorgaande verkeersroute ontstaan. Dit kan worden tegengegaan door afsluitingen van de paden.

Aantrekkelijkheid

Tuinafscheidingen die in vormgeving op elkaar af zijn afgestemd geven een aantrekkelijk beeld. Hoogte bij voorkeur minimaal 1.80 m. Soms kan 1.50 m ook volstaan.

Voorbeeld: Achterpad - voorbeeld Leiden.